Voetbalprul #1: Mariano Juan

Juan

Het object: Mariano Juan. Figuur in 1997 uitgebracht door de Staatsloterij.

De laatste jaren is er veel kritiek op het aankoopbeleid van Ajax. Het kwijtraken van de aansluiting bij de Europese top wordt dikwijls niet geweten aan macro-economische ontwikkelingen buiten Amsterdam, maar vooral aan het kopen van spelers als Lerin Duarte, Mike van der Hoorn of Richairo Zivkovic. Dat het aankoopbeleid in de gouden jaren ’90 ook af en toe haperde, wordt dan voor het gemak maar vergeten. Maar het poppetje van Mariano Juan, dat al jaren mijn bureau siert, biedt fysiek bewijs voor het gegeven dat miskopen net zo goed bij Ajax passen als misplaatste arrogantie en te hoge verwachtingen.

mariano_juanMariano Juan. Net als honderden voetballers op basis van één goed voetbaltoernooi gekocht. Niet op basis van de tientallen duels in de jeugd van River Plate, maar op basis van een paar potjes als Argentijns jeugdinternational tijdens het WK onder 20 in Qatar (!!) en tijdens het befaamde jeugdtoernooi in Toulon. Juan, centrale verdediger én verdedigende middenvelder, speelde aardig maar wist niets bij te dragen aan een Ajax dat al gelouterde internationals als Danny Blind, de gebroeders De Boer, Overmars, Kluivert, Litmanen, Van der Sar etc. in de gelederen had. Zeker toen Louis van Gaal naar Barcelona vertrok en opgevolgd werd door Morten Olsen, waren zijn dagen in het eerste elftal geteld.

Juan had echter nog een contract tot en met 2001, dus volgden er huurperiodes aan Racing Club en Getafe. Na in vijf jaar 17 duels gespeeld te hebben, vertrok hij in 2001 definitief uit Amsterdam, door slechts weinigen nog herinnerd. De hoge verwachtingen rondom Mariano Juan worden verpersoonlijkt in dit poppetje. Behalve de gebruikelijke sterren uit die tijd, werden er ook vele kilo’s plastic besteed aan dit poppetje. Helemaal gek is dit niet. Mariano Juan werd wel degelijk beschouwd als een grote belofte. Bovendien kwam hij uit het verre Argentinië, een land dat dankzij Maradona bij velen in Amsterdam tot de verbeelding sprak.

Inmiddels is men daar in Amsterdam wel op terug gekomen. Naast Juan, zorgen ook Gabrich en Rosales ervoor dat de komst van Argentijnen sindsdien met een zeker wantrouwen wordt bekeken. En toch hunkert dit Ajax naar een Zuid-Amerikaan. Van een elftal met Klaassen, Veltman, Gudelj en Milik verwachten dat je topvoetbal te zien krijgt, zal alleen maar teleurstellingen krijgen. Ajax heeft een gekke Zuid-Amerikaan nodig. Iemand die standaard te laat op de training komt, na een kwartiertje een blessure veinst en weer naar binnen gaat, maar tegelijkertijd met kinderlijke eenvoud 30 doelpunten per seizoen maakt.

 

Advertisements